Marktontwikkelingen april 2026
donderdag 9 april 2026Toenemende onrust in het Midden-Oosten
De afgelopen weken stonden vooral in het teken van een sterk toenemende onrust in het Midden-Oosten. Financiële markten werden voornamelijk beïnvloed door het conflict van de VS en Israël met Iran. Op 7 april werd er een voorlopige climax bereikt met een ultimatum van Trump aan Iran waarin hij dreigde met een totale vernietiging van de Iraanse beschaving. Een dag later op 8 april bleek dat er op het nippertje een wapenstilstand tussen de VS en Iran tot stand is gekomen, waardoor de internationale beurzen sterk opveerden. In dit artikel leest u meer over de situatie in het Midden-Oosten en de invloed hiervan op de beurzen.
Kijken we naar het beursverloop in de maand maart, dan zien we dat het zowel voor aandelen- als obligatiebeleggingen een slechte maand is geweest. De wereldwijde aandelenindex en de technologie gedreven Nasdaq noteerden in maart een koersrendement van respectievelijk -4,9% en -4,8%, terwijl de Nederlandse AEX zelfs een negatief resultaat van -6,55% op maandbasis liet zien. Ook obligaties hadden last van de onrust in het Midden-Oosten, de brede obligatie-index van Bloomberg behaalde een negatief resultaat van -1,78% in deze maand.
Onrust Midden-Oosten drukt stempel op de beurzen
De onrust in het Midden-Oosten heeft een grote invloed op de wereldwijde beurzen, omdat financiële markten sterk reageren op onzekerheid over de aanvoer van olie en gas. De regio is van cruciaal belang voor de mondiale energievoorziening, onder meer door de aanwezigheid van belangrijke productielanden en strategische routes zoals de Straat van Hormuz, waar een aanzienlijk deel van de wereldwijde olie- en gasexport doorheen wordt vervoerd. Wanneer de spanningen in de regio oplopen, vrezen beleggers dat deze aanvoer verstoord raakt, bijvoorbeeld door aanvallen op energie-installaties of een mogelijke blokkade van zeeroutes.
Die vrees zorgt direct voor stijgende olie- en gasprijzen, omdat handelaren een extra risicopremie in de energieprijzen verwerken. Een vat Brent olie is bijvoorbeeld in maart 35-40% duurder geworden, terwijl de gasprijs zo’n 65% is gestegen. De beweeglijkheid op dagbasis van de olie- en gasprijzen is ook enorm toegenomen, een enkel bericht over een aanval of een bericht van Trump op zijn sociale media kan de prijzen al met vele procenten doen stijgen of dalen.
In de afgelopen dagen werd bekend dat de Straat ven Hormuz weer geopend wordt voor het scheepvaartverkeer. Dat betekent dat ruim 800 schepen de Perzische Golf kunnen verlaten, zij hebben 6 weken stil gelegen omdat er niet gevaren kon worden. Zo’n 75% van deze schepen vervoeren olie, (vloeibaar) gas, diesel en chemicaliën. In februari passeerden dagelijks nog ongeveer 130 schepen per dag de Straat, terwijl er in maart maar enkele doorvaarten per dag waren. Zo’n 20% van de olie productie wordt via de Straat van Hormuz vervoert, waarvan ruim 80% voor de Aziatische markt is bestemd. Slechts 4 à 5% van de olie is bestemd voor Europa.
Hogere energieprijzen hebben vervolgens bredere economische gevolgen: bedrijven krijgen te maken met stijgende kosten, consumenten houden minder koopkracht over en de inflatiedruk neemt toe. Daardoor groeit de bezorgdheid dat economische groei wordt afgeremd, wat het sentiment op de aandelenmarkten verslechtert. In zo’n klimaat ontstaat vaak een zogeheten risk-off-beweging, waarbij beleggers risicovollere beleggingen, zoals aandelen, tijdelijk vermijden en voorzichtiger worden.
Vooral Europese en Aziatische aandelenmarkten zijn gevoelig voor deze ontwikkeling, omdat deze economieën relatief afhankelijk zijn van energie-import uit het buitenland. Amerikaanse aandelen bleven in vergelijking iets beter liggen, omdat de Verenigde Staten als netto-exporteur van olie en gas minder direct kwetsbaar zijn voor zulke verstoringen. Toch blijft ook daar de onzekerheid merkbaar in koersschommelingen en terughoudendheid onder beleggers. De onrust in het Midden-Oosten raakt de beurzen dus niet alleen via de energiemarkt zelf, maar ook via het bredere economische vertrouwen, de inflatieverwachtingen en de wereldwijde risicobereidheid van beleggers.
Olieprijzen, inflatie en beleid van de centrale banken
Een stijgende olieprijs heeft doorgaans een directe invloed op de inflatie, omdat hogere energiekosten doorwerken in de prijzen die consumenten en bedrijven betalen. Denk aan duurdere brandstof, hogere transportkosten en stijgende productiekosten, die uiteindelijk bredere prijsdruk in de economie kunnen veroorzaken. Tegelijkertijd is dit voor centrale banken een lastig vraagstuk. Zowel de ECB als de Federal Reserve weten namelijk dat een renteverhoging de olieprijs zelf niet verlaagt: consumenten gaan niet ineens minder tanken omdat de rente iets hoger is.
Juist daarom kijken centrale banken niet alleen naar de totale inflatie, maar vooral naar de kerninflatie en naar de vraag of een tijdelijke stijging van energieprijzen overslaat naar zogeheten tweede-orde-effecten, zoals hogere lonen en bredere prijsverhogingen in andere sectoren. Maar de ECB zal zich in zo’n situatie niet alleen door economische realiteit laat leiden, maar ook door geloofwaardigheid en communicatie: door streng en waakzaam te blijven overkomen, wil zij voorkomen dat huishoudens en bedrijven hoge inflatie als het nieuwe normaal gaan beschouwen.
Voor beleggers is dat een belangrijk mechanisme om te begrijpen. Een oplopende olieprijs betekent namelijk niet alleen dat de inflatie tijdelijk hoger uitvalt, maar ook dat de ruimte voor renteverlagingen kleiner wordt. Waar markten eerder nog konden rekenen op monetair beleid ter ondersteuning van groei, kunnen stijgende energieprijzen ertoe leiden dat zowel de ECB als de Fed langer terughoudend blijven met versoepelen, of zelfs opnieuw een verkrappende toon aanslaan. Nu zien we daar al de effecten van terug, voornamelijk bij de ECB. De Fed heeft recent aangegeven dat ze geen renteverhoging overwegen, maar de ECB zou al wel tot een verhoging over kunnen gaan bij de eerstvolgende rentevergadering.
Bij een mogelijke verhoging speelt mee dat centrale banken gevoelig zijn geworden voor beleidsfouten uit het verleden. In 2022 werd een sterk stijgende inflatie aanvankelijk als tijdelijk gezien door de ECB, maar bleek later veel hardnekkiger dan verwacht. Die ervaring maakt beleidsmakers vandaag extra voorzichtig. Zelfs wanneer een energie gedreven inflatiepiek mogelijk tijdelijk is, willen zij voorkomen dat inflatieverwachtingen ontsporen. Voor financiële markten betekent dit dat hogere olieprijzen op meerdere fronten doorwerken: ze zetten druk op economische groei, verhogen de onzekerheid rond het rentepad en kunnen de waarderingen van aandelen en obligaties beïnvloeden.
Invloed ontwikkelingen op de portefeuilles?
De oorlog in het Midden-Oosten is op dit moment bepalend voor het sentiment op de beurzen. De beweeglijkheid van de aandelen- en obligatiemarkten is veel groter dan in de eerste twee maanden van het jaar. Veel zal afhangen van de duur van het conflict; hoe langer dit duurt hoe meer economische schade er wordt aangericht door de hoge energieprijzen. Vooralsnog is het meest waarschijnlijke scenario dat van een tijdelijke piek in de energieprijzen, maar waarbij de prijzen niet zo heel snel terug zullen keren naar die van voor het conflict. Daarbij zal de structurele schade aan de energie infrastructuur beperkt blijven.
Verder kan de focus al weer snel wat verschuiven naar de komende kwartaalcijfers vanaf half april, waarin duidelijker kan worden welke bedrijven problemen ervaren door de onrust in het Midden-Oosten. Vooralsnog zien de groeicijfers voor de winst per aandeel er solide uit voor de bedrijven uit de verschillende regio’s.
Het is van belang om de rust te bewaren en niet het moment om grotere wijzigingen in de portefeuilles door te voeren. We handhaven de neutrale weging van aandelen en de huidige wegingen van de overige asset categorieën. In het volgende artikel zal collega Chris ingaan op de wijzigingen die we voornamelijk in het obligatie deel van de portefeuilles doorvoeren.