pexels-anna-nekrashevich-6801648

Marktontwikkelingen: verder stijgende aandelenbeurzen

vrijdag 5 november 2021

Door: Patrick Zuijderwijk

Het lijkt saai te worden maar de stijgende trend van vrijwel het hele jaar werd in oktober doorgezet met verder stijgende koersen op de (inter-)nationale aandelenbeurzen. Was september een maand die een ander beeld liet zien, in oktober werd de draad van de opgaande beurzen weer verder opgepakt.

image1

MSCI World over de periode 1-1-2021 tot 1-11-2021, bron Investing.com

In dit artikel over de marktontwikkelingen gaan we verder in op de winstcijfers van het derde kwartaal, richten we de blik op inflatie, het beleid van de centrale banken en bespreken we stagflatie.

Winstcijfers Q3

Zoals hierboven weergegeven hebben de stijgingen van de aandelenbeurzen zich in de afgelopen maanden onverminderd voortgezet. De belangrijkste factor voor deze stijgingen lijken de sterke bedrijfsresultaten over het afgelopen kwartaal te zijn. Zo’n 80% van de bedrijven uit de Amerikaanse S&P 500 liet beter dan verwachte winstcijfers zien, terwijl ook de omzetgroei voor meer dan de helft van de bedrijven positief verraste. Voor de Europese bedrijven liggen deze percentages iets lager (+/- 60%), maar ook daar zijn voldoende positieve verassingen.

Onderzoek naar de rendementen van de S&P 500 over 2021 laten zien dat het eerste deel van de rally in Amerikaanse aandelen hoofdzakelijk te danken was aan het duurder worden van de aandelen maar in de loop van 2021 heeft winstgroei bij bedrijven dit overgenomen. Samenvattend kunnen we stellen dat Amerikaanse aandelen mogelijk aan de dure kant zijn, maar in de afgelopen periode zijn ze per saldo wel iets goedkoper geworden omdat de winstgroei sterker is geweest dan de rendementsstijging van de Amerikaanse S&P 500.

image2

Inflatie en centrale banken

Afgelopen weekend werden de inflatiecijfers van de EU over oktober bekend gemaakt door Eurostat, te weten een stijging van 4,1% ten opzichte van een jaar geleden. De geldontwaarding in Europa blijkt op het hoogste niveau te liggen sinds 2008. Vooral de stijgende energieprijzen hebben de inflatie een impuls gegeven. Kijken we naar de kerninflatie, zonder de beweeglijke voedsel en energieprijzen, dan zien we dat deze is uitgekomen op een stijging van 2,1%. Kijken we terug in de geschiedenis van de euro dan zien we dat zo’n stijging maar één keer eerder heeft plaatsgevonden. De stijging van 4,1% is ook hoger dan de verwachting van 3,7% van financieel analisten.
Toch zet de inflatie nog geen rem op de economische groei van de EU; de nominale groei is in het derde kwartaal uitgekomen op 2,2%, een nog iets hogere groei dan over het tweede kwartaal werd gemeten (2,1%).
In de nasleep van de corona pandemie is er op tal van deelmarkten sprake van prijsopdrijvende effecten. Hierbij lijkt het deels te gaan om tijdelijk geachte problemen in de wereldwijde handelsnetwerken (denk bijvoorbeeld aan de stijgende prijzen van containervervoer) en om forse fluctuaties van de grondstoffenprijzen, onder meer door seizoensmatige factoren. Toch kunnen we ook concluderen dat aan veel van deze prijsstijgingen ook meer structurele factoren ten grondslag liggen, zoals bijvoorbeeld problemen op de arbeidsmarkt en de tendens bij landen en regio’s om meer regionaal te gaan produceren en minder in Azië.
Het lijkt er op dit moment op dat de toenemende opwaartse druk op inflatie niet veel langer meer genegeerd kan worden door de toonaangevende centrale banken. In de VS wordt op korte termijn al een begin gemaakt met het enigszins normaliseren van het monetair beleid; het opkoopprogramma van obligaties wordt vanaf december in een aantal stappen afgebouwd.

image3

In Europa hebben buiten de ECB een aantal centrale banken al een begin gemaakt met het normaliseren van het monetair beleid, vanwege de sterke inflatie in sommige landen en vanwege de noodzaak om de wisselkoers te stabiliseren. Uiteindelijk zal de inflatietendens ook voor de ECB aanleiding zijn om het monetaire beleid te wijzigen en de opkoop van obligaties af te gaan bouwen.

Stagflatie?

In verschillende media is in de afgelopen weken de term ‘stagflatie’ opgedoken. Het woord stagflatie is samengesteld uit stagnatie en inflatie en wordt gebruikt in perioden dat de inflatie hoog is, deeconomische groei vertraagt en de werkloosheid stijgt.In de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw was hier sprake van toen de economische groei stagneerde en er een hoge inflatie was. In die periode steeg ook de werkloosheid in West Europa zeer fors.
Bij beleggers op leeftijd zal de schrik om het hart slaan wanneer ze terugdenken aan deze periode. In meerdere opzichten is de huidige economische situatie niet te vergelijken met die in de jaren ’70 en ’80. Door de hoge inflatie was de rente in de jaren ’70 ongekend hoog, in tegenstelling tot toen staat de huidige rente nog dicht bij een historisch dieptepunt. Daarnaast is er nu in veel landen een fors tekort aan personeel en staan er bijvoorbeeld in Nederland meer vacatures uit dan ooit.
Wel wordt de angst voor stagflatie verstrekt door de extreme stijging van de energieprijzen die vooral zijn veroorzaakt door het snelle herstel van de vraag naar energie en het gebrek aan investeringen in de energiesector. Door de tekorten op de arbeidsmarkt wordt ook de angst voor een loon-prijs spiraal groter. De coronacrisis heeft geleid tot flinke veranderingen in de consumptie- en productiepatronen maar de arbeidsmarkt heeft zich hier nog onvoldoende op aangepast. Er is een mismatch tussen de vaardigheden en de voorkeuren van werknemers en de behoeften van bedrijven. Onder andere door om- en bijscholing van medewerkers kunnen deze onevenwichtigheden opgelost worden en in bepaalde sectoren zullen salarissen opwaarts worden aangepast om toch aan personeel te komen.

image4

Toch lijkt het te vroeg om stagflatie te vrezen. Er zijn voldoende redenen om optimistisch te blijven over de economische groei. De balansen van de meeste huishoudens zijn sterk, de winstgevendheid van bedrijven is goed, er is voldoende krediet beschikbaar om te kunnen investeren en vrijwel alle overheden voeren een ruim fiscaal beleid. Aangezien de huidige hoge inflatie voor een deel wordt bepaald door basiseffecten (de gunstige vergelijkingsbasis ten opzichte van een jaar geleden) en door tekorten die samenhangen met de coronacrisis, mag een deel van de huidige inflatie worden gezien als tijdelijk. Waakzaamheid van centrale banken blijft echter van toepassing, zoals de hoofdeconoom van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) Gita Gopinath onlangs ook aangaf tijdens haar halfjaarlijkse vooruitblik op de wereldeconomie:“Het is nog te vroeg om van stagflatie te spreken maar de inflatierisico’s nemen toe en daarom moeten centrale banken zeer waakzaam zijn”.

Deel dit bericht via

Comfort Vermogensbeheer heeft een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), valt onder toezicht van De Nederlandsche Bank en is aangesloten bij de Beleggerscompensatieregeling (BCR), het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD) en Dutch Securities Institute (DSI).

RISICO'S VAN BELEGGEN: Beleggen brengt risico's met zich mee, u kunt (een deel van) uw inleg verliezen. De waarde van uw beleggingen is mede afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markten. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Voordat u gaat beleggen is het belangrijk dat u zich door ons laat informeren over de kenmerken en risico's van beleggen.