Marktontwikkelingen mei 2026
vrijdag 8 mei 2026Climbing the wall of worry
Intussen zijn we al weer ruim twee maanden voorbij de dag dat de VS en Israël gezamenlijk de aanval openden op Iran. En ondanks herhaalde berichten over mogelijke akkoorden, zoals tijdelijke perioden van staakt het vuren, is van een structurele oplossing helaas nog geen sprake.
Maar ondertussen lijkt het op de financiële markten weer ‘business as usual’. Zo publiceren de bedrijven hun cijfers over het eerste kwartaal van dit jaar (waarover later in dit artikel meer), is men in de VS druk doende met de opvolging van Fed voorzitter Jerome Powell en lijkt AI na internet een volgende digitale revolutie te ontwikkelen. Wat betreft de opvolging van Jerome Powell lijkt een benoeming van de eerder voorgedragen Kevin Warsh steeds dichterbij te komen nu de Senaatscommissie akkoord is en ook de Senaat, waar de Republikeinen de meerderheid hebben, hun goedkeuring zullen verlenen.
Maar ondanks de relatieve rust op de financiële markten beginnen steeds meer economen, analisten en CEO’s van internationale bedrijven te wijzen op de mogelijke negatieve gevolgen van de hogere energieprijzen (olie en gas en afgeleide producten) in de afgelopen weken. Des te langer deze prijzen hoog blijven, des te groter kunnen de economische gevolgen zijn, zo wordt aangegeven. Te meer omdat het niveau van aanbod door allerlei verstoringen niet zomaar terug te brengen is op het oude niveau, hetgeen de prijzen voor langere periode hoger kan houden. Voorraden moeten wereldwijd weer worden aangevuld en productielocaties moeten worden hersteld. En omdat olie de basis is voor veel producten kan deze hoge prijs uiteindelijk gaan leiden tot een hardnekkige stijging van de inflatie, zo geven economen aan.
Daarnaast wordt er ook steeds meer gewezen op de risico’s dat de verstoringen in het olie aanbod ook kunnen leiden tot disrupties in het aanbod van allerlei producten die uit ruwe olie geproduceerd worden. Denk hierbij aan sulfur acid, een product dat onmisbaar is bij het verwerken van bepaalde ertsen tot metalen die bijvoorbeeld nodig zijn voor de elektrificatie en het bouwen van datacenters. Maar ook voor andere basismaterialen geldt dat de blijvende stremming van de Straat van Hormuz grote gevolgen kan hebben voor de prijsontwikkeling van allerlei producten. Te denken valt in dit geval aan meststoffen (33% van het wereldwijde aanbod wordt vervoerd via de Straat van Hormuz) en helium.
Positief nieuws is in dit geval de uittreding van de Verenigde Arabische Emiraten uit de OPEC. Na 60 jaar lidmaatschap besluit het land, dat de op twee na grootste producerende partij is binnen de OPEC, deze te verlaten om niet langer gehouden te zijn aan productiebeperkingen om zo de productie eigenhandig te verhogen en de economie van het eigen land te ondersteunen.
Gelet op bovengenoemde ontwikkelingen is er alle reden voor de centrale banken om alert te zijn op de onderliggende prijsontwikkelingen. Met bovengemiddelde interesse werd daarom uitgekeken naar de beleidsvergaderingen van de Fed en de ECB. Met name werd door economen en analisten uitgekeken naar de toelichting op de het gekozen rentebeleid. En in beide gevallen was van een verrassing geen sprake. Beide centrale banken besloten de rente gelijk te houden (voor Europa op 2% voor de VS op 3,5%-3,75%). Wat wel opvallend was in de toelichting van de ECB, was de opmerking dat voor de korte termijn de risico’s voor de economische groei hoger ingeschat worden dan de risico’s op een ontsporende inflatie (de ECB verwacht dat de inflatie zal stijgen van 2,6% in maart naar ongeveer 3% in april). Grote renteverhogingen, zoals in 2022 het geval was, hoeven dit jaar dan ook niet verwacht te worden. De markt gaat voor Europa uit van drie verhogingen van elk 0,25%, waarvan in juni de eerste verhoging. Voor de VS worden momenteel geen renteverhogingen verwacht.
Gelet op de ontwikkeling van de kapitaalmarktrentes zijn beleggers er echter minder gerust op dat de inflatie ontwikkeling wel mee zal vallen. Na de start van de oorlog op 28 februari stegen de 10-jaars rentes in Europa en de VS met gemiddeld ongeveer 35 basispunten. In Europa is zelfs sprake van een zogenaamde opwaartse technische uitbraak waarbij de komende kwartalen hogere kapitaalmarktrentes verwacht mogen worden. In de VS is het zover nog niet. De rente zal duidelijk boven het niveau van 4,6% moeten stijgen om van een uitbraak te kunnen spreken.
Zoals eerder in de nieuwsbrief al vermeld is het op de financiële markten ‘business as usual’. Na de relatief tegenvallende beursmaand maart stond de maand april in het teken van een fors beursherstel. Dat wil zeggen dat de aandelenbeurzen, mede gevoed door de publicatie van goede bedrijfscijfers van met name IT gerelateerde ondernemingen, volledig herstelden. Wereldwijd stegen de aandelenbeurzen met 6,4% in euro’s gemeten. De onderlinge verschillen waren fors. Zo boekte de S&P500 een winst van 9,4% en sloot de maand nagenoeg af op de hoogste stand ooit van ongeveer 7.200 punten. De stijging van de aandelenkoersen van opkomende landen was met ongeveer 12% nog beter. De Amerikaanse dollar deed het rustig aan en vertoonde een beperkte daling van ongeveer 1% ten opzichte van de euro.
Op het moment van schrijven van dit artikel ‘breken meerdere aandelenbeurzen opwaarts uit’ en worden er all-time high koersen genoteerd. Naast de hoop dat er in het Midden Oosten een structurele oplossing komt, speelt ook mee dat de gemiddelde winstverwachtingen bovengemiddeld goed zijn hetgeen zich vertaalt in stijgende winstmarges en hogere winsten per aandeel.
Opvallend is dat er binnen de genoemde IT sector grote verschillen zichtbaar zijn tussen de verwachte winnaars van de AI ontwikkelingen (met name hardware) en de verwachte verliezers hiervan (met name software). Zo stegen de koersen van aandelen als Nvidia en Applied Materials in de maand april met ongeveer 14% in waarde. De koers van het aandeel Intel spande de kroon met een verdubbeling van de waarde in één maand tijd. Hier tegenover stond de daling van enkele procenten van de koersen van aandelen als Adobe en Microsoft. De combinatie van sterke kwartaalcijfers en dalende koersen van met name de software gerelateerde bedrijven hebben er toe geleid dat de waardering van de IT sector intussen weer genormaliseerd is en uitgaande van de winstverwachtingen inmiddels zelfs onder haar langjarig gemiddelde noteert.
Dat IT bedrijven zelf ook veel vertrouwen hebben in hun toekomstige omzet- en winstontwikkeling gerelateerd aan AI bleek wel uit de cijfers met betrekking tot hun AI geplande investeringen voor dit jaar. Zo hebben de vier bedrijven Amazon, Meta, Google en Microsoft het voornemen hun investeringen ten opzichte van vorig jaar te gaan verdubbelen naar ongeveer $ 700 miljard.
Hoewel genoemde AI investeringen, plus alle defensie - en infrastructurele investeringen aangekondigd door allerlei overheden een forse impuls geven aan de verwachte economische groei, wijzen steeds meer economen op de stijgende risico’s van een recessie als de stremming van de Straat van Hormuz nog enkele weken tot maanden aanhoudt. Voor de komende maanden gaan we daarom uit van een gematigde economische groei waarbij de inflatie en de rente op korte termijn stabiel blijven. De risico’s van een stijgende inflatie liggen echter aan de bovenkant en derhalve blijft waakzaamheid geboden. Hoe we dit gedeeltelijk verwerken in ons beleggingsbeleid komt later in deze nieuwsbrief in een artikel van collega Chris van der Woel ter sprake.