Marktontwikkelingen juli 2026
vrijdag 17 juli 2026Daar waar de temperaturen in de natuur de afgelopen weken tot tropische hoogte stegen, hielden de financiële markten het hoofd koel. Tot op heden lijkt het of de markten ongevoelig zijn voor welk nieuws dan ook. Al moet gezegd dat positief en negatief nieuws elkaar bij voortduur afwisselen. Zo ook de laatste weken.
Stuivertje wisselen
Geopolitiek blijft het een kwestie van ‘leven bij de dag’. Even leek het erop dat de wapenstilstand in de Straat van Hormuz een bestendig karakter had en dat de scheepvaart door deze belangrijke aan- en afvoerweg weer enigszins kon normaliseren. In het afgelopen weekend werd deze hoop echter weer de grond in geboord en volgenden er van beide kanten weer forse aanvallen en bombardementen. Een direct gevolg hiervan was dat de olieprijzen, die sinds eind april weer met ongeveer 40% waren gedaald, in enkele dagen tijd weer met 20% stegen. En gelet op de dreigementen die er over en weer plaats vinden moeten we rekenen op een voortzetting van ‘een hete zomer’ wat betreft dit conflict.
Oase van rust
Maar ondanks deze geopolitieke onzekerheden en verstoringen van allerlei handelsstromen, met mogelijke tekorten en prijsstijgingen tot gevolg, kabbelen de internationale aandelenbeurzen per saldo rustig voort. En natuurlijk zijn er uitzonderingen zoals de zeer beweeglijke beurs van Zuid-Korea, die na een enorme stijging eerder dit jaar, nu weer een deel van deze winst inlevert. Maar de meeste van de ons bekende beurzen vertonen de laatste weken een opvallend stabiel en zijwaarts verloop. Zo zit de Amerikaanse S&P 500 al weken ‘gevangen’ in de bandbreedte van 7.300-7.600 punten en de Duitse DAX laat een stabiel verloop zien tussen ongeveer 24.000-25.000 punten.
Gelet op dit stabiele verloop kan het niet anders of tegenover deze genoemde onzekerheden staan ook een aantal positieve ontwikkelingen. En dat klopt. Zo is de huidige winstontwikkeling bij bedrijven bovengemiddeld goed. In de vorige nieuwsbrief is mijn collega Patrick Zuijderwijk al uitgebreid ingegaan op de zeer sterke winstontwikkeling over het eerste kwartaal. En ook nu weer is de aftrap van de publicatie van de winstcijfers over het tweede kwartaal veelbelovend. Een aantal IT hardware bedrijven, waaronder het ons bekende ASML, maar ook een aantal grootbanken in Amerika publiceerden sterke winstcijfers waarbij in een aantal gevallen de winstverwachting voor het gehele jaar (weer) werd verhoogd.
Het zal u niet verbazen dat een deel van deze bovengemiddelde winstontwikkeling veroorzaakt wordt door de ongekend hoge investeringen in AI. De bouw van vele datacenters veroorzaakt een enorme vraag naar onder andere chips en aanverwante apparatuur. Economische data van dit moment tonen zelfs aan dat de gehele economische groei van Amerika per saldo veroorzaakt wordt door de genoemde investeringen.
Een opsteker was ook het meevallende inflatiecijfer in de US dat deze week gepubliceerd werd. Op jaarbasis steeg de consumentenprijs index met 3,5%. Echter op maandbasis daalde deze zelfs met 0,4%, een eerste daling op maandbasis sinds 2020. En hoewel de FED er als de kippen bij was om de daling van de energieprijzen aan te wijzen als tijdelijke veroorzaker van deze daling, krijgt de markt wel een steun in de rug van deze cijfers. Dit cijfer zal de FED namelijk terughoudend maken bij het mogelijk verhogen van de beleidsrente op korte termijn.
Als de tweede kwartaalcijfers inderdaad per saldo weer beter zijn dan verwacht, en er een (tijdelijke) oplossing komt voor de oorlog in het Midden-Oosten, kan dit zeker aanleiding zijn voor een verdere stijging van de aandelenkoersen gedurende deze zomer. Zeker als de FED in haar juli vergadering zal aangeven geen haast te hebben met het verhogen van de rente en van maand tot maand de inflatie ontwikkelingen te volgen voor een mogelijke verandering van haar visie.
Vergeet de kapitaalmarktrente niet
Is dan alles ‘koek en ei’? Het antwoord is ontkennend. Waar sommige analisten, banken en brokers in de periode van een negatieve rente (de periode tot 2022) voortdurend wezen op de lage waardering van de aandelenmarkten gerelateerd aan de lage rente op de kapitaalmarkten, daar blijven zij nu angstvallig stil. En dat is niet terecht. Een van de methoden om te kunnen bepalen of aandelen hoog of laag gewaardeerd zijn, is namelijk het rendement van aandelen te vergelijken met dat van obligaties.
De stelregel is dat het rendement op aandelen ongeveer 1,5% hoger moet zijn dan de 10-jaars rente. Dat hogere rendement op aandelen is nodig om gecompenseerd te worden voor de risico’s die bij aandelen hoger zijn dan bij obligaties.
En zeker voor de Amerikaanse aandelenmarkt is op basis van deze waarderingsmethodiek voorzichtigheid geboden. Uitgaande van een 10-jaars rente van 4,6%, betekent dit dat een rendement van ongeveer 6% op aandelen momenteel passend is. Echter, uitgaande van een koers/winst verhouding van ongeveer 25 voor Amerikaanse aandelen kan een rendement van 4% berekend worden. Dus geen hoger rendement voor aandelen ten opzichte van obligaties, maar lager. Historisch een niet veel voorkomend verschijnsel. Een situatie om goed in de gaten te houden.
Overigens, voor andere regio’s is er op basis van deze waarderingsmaatstaf helemaal geen sprake van een overwaardering. Er is zelfs nog ruimte voor een verdere stijging van de aandelenkoersen, zeker als de winsten bovengemiddeld doorstijgen waardoor de koers/winst verhouding steeds gunstiger wordt.
Een verdere normalisering
Mede met het oog op hetgeen hierboven aangegeven is het goed om alert te zijn op de rente ontwikkeling wereldwijd. En hoewel er in allerlei financiële media nog niet vaak naar wordt gerefereerd, is er wel degelijk wat aan de hand. In meerdere landen ‘breken namelijk de rentes opwaarts uit’ en lijken deze op weg naar een niveau dat we gemiddeld genomen als normaal mogen beschouwen. Het gaat dan om de kortere rentes van enkele jaren maar ook om de kapitaalmarktrentes van 10 jaar en langer (zie onderstaande grafiek).
Om meerdere redenen is deze rente ontwikkeling van belang. Zo biedt een steeds verder stijgende rente een mogelijk steeds beter beleggingsalternatief voor bijvoorbeeld aandelen. Iets wat we de afgelopen 15-20 jaar niet meer hebben meegemaakt. Maar stijgende rentes zorgen er ook voor dat het lenen van geld steeds ‘duurder wordt’. De disclaimer ‘let op, geld lenen kost geld’ wint weer aan belangrijkheid. En het duurder worden van geld heeft daarom gevolgen voor bedrijven, consumenten en overheden die geld lenen en/of geld geleend hebben. Door de stijgende rentes nemen de rentekosten toe en wordt de leencapaciteit beperkt.
Deze stijgende rentes tenslotte zullen er ook voor zorgen dat overheden keuzes moeten gaan maken wat betreft hun financiële huishoudboekje. Alleen in Amerika al zijn de rentekosten van de staatsschuld door de gestegen rente de afgelopen jaren opgelopen van ongeveer $ 500 miljard per jaar (2021) tot ongeveer $ 1.300 miljard per jaar op dit moment.
Inflatie
En als we het over de rente hebben, dan hebben we het eigenlijk automatisch over de inflatie. Beide grootheden lijken als een soort van tweeling parallel aan elkaar te bewegen. Althans, zo zou het moeten zijn. Stijgt de inflatie, dan ‘grijpen de centrale banken in’ en verhogen ze de rente. Dat doen ze om de economie wat af te remmen zodat uiteindelijk de inflatie wordt geremd. En daalt de inflatie dan geeft dat de centrale banken de ruimte om de monetaire teugels te laten vieren en de rente te verlagen.
En ook voor dit fenomeen geeft het verleden weer aanwijzingen. Zo is er een soort stelregel dat beleggers die beleggen in staatsleningen van een land een rentevergoeding eisen die enerzijds de inflatie compenseert en die anderzijds een kleine vergoeding geeft voor het uitlenen. Concreet; als de inflatie ongeveer 3,5% is, dan is een nominale rente van 5% voor het uitlenen van geld niet ongebruikelijk. Voor de uitlener van het geld blijft er dan na koopkrachtverlies ongeveer 1,5% netto rendement over.
Vanuit dit perspectief volgen we de inflatie ontwikkelingen op de voet. En u zult begrijpen dat de meest recente inflatiecijfers uit Amerika, die gunstiger waren dan verwacht, meer dan welkom zijn.
En wat deze inflatie betreft ziet het er volgens de economen voor Amerika goed uit de komende paar jaar. Na een inflatie van rond de 3% de afgelopen twee jaar, mede gevoed door hogere energieprijzen en voedselprijzen, ligt een daling naar de gewenste hoogte van 2% weer in het verschiet. Tegelijkertijd lijkt de economische groei ook weer wat aan te trekken. Kortom, meer groei en minder inflatie zijn koren op de molen van de belegger. Wellicht is deze verwachting en inschatting, naast de beter dan verwachte winstontwikkeling, ook mede de reden van de blijvende goede prestaties van de Amerikaanse aandelenbeurs, ondanks een bovengemiddeld hoge waardering.