Marktontwikkelingen juni 2026
vrijdag 19 juni 2026Marktontwikkelingen: stijgende beurskoersen ondanks onrust
De maand mei en de eerste weken van juni lieten opnieuw zien dat financiële markten niet altijd dezelfde richting kiezen als de krantenkoppen. Wie alleen naar de geopolitieke ontwikkelingen keek, had waarschijnlijk een voorzichtiger beursbeeld verwacht. De oorlog in het Midden-Oosten, de onzekerheid rond de Straat van Hormuz, hogere energieprijzen en een Amerikaanse centrale bank die een meer stringent beleid voert dan beleggers eerder hoopten, vormden samen een stevig pakket aan risico’s.
Toch lieten aandelenmarkten in de periode van 1 mei tot en met half juni juist een positief beeld zien, waarbij de wereldwijde aandelenindex MSCI ACWI ruim 7,5% steeg. De verklaring daarvoor ligt niet in het ontbreken van risico’s, maar in het feit dat beleggers daar andere positieve factoren tegenover konden zetten. De bedrijfswinsten over het eerste kwartaal kwamen veel sterker uit dan verwacht, de investeringsgolf in kunstmatige intelligentie blijft aan kracht winnen en beleggers houden rekening met een scenario waarin de geopolitieke spanningen uiteindelijk beheersbaar blijven.
In dit artikel kijken we terug op de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen periode. Daarbij gaan we in op de veerkracht van de beurzen, de verrassend sterke winstgroei van beursgenoteerde bedrijven, de rol van AI, de Nederlandse inflatie en economische groei en kort op de opvallende beursgang van SpaceX.
Beurzen positief ondanks onrust in het Midden-Oosten
De financiële markten hebben de afgelopen weken opvallend veerkrachtig gereageerd op de onrust in het Midden-Oosten. De oorlog rond Iran en de onzekerheid over de Straat van Hormuz zorgden eerder dit jaar voor forse bewegingen op de oliemarkt. Dat is begrijpelijk. Door deze zeestraat loopt een belangrijk deel van de wereldwijde oliehandel en een langdurige blokkade kan de beschikbaarheid van olie en olieproducten onder druk zetten. Hogere energieprijzen werken uiteindelijk door in transportkosten, productiekosten en consumentenprijzen.
Toch zagen we vanaf begin mei geen paniekbeeld op de aandelenmarkten. Integendeel, veel aandelenindices liepen juist verder op. De wereldwijde aandelenindex stond omgerekend in euro’s op een nieuwe recordstand en was sinds eind maart met meer dan 10% gestegen. Sinds begin dit jaar lag het rendement op aandelen rond de 9%, terwijl obligaties slechts een zeer bescheiden plus lieten zien. De aandelenmarkt bleef daarmee duidelijk de beter presterende beleggingscategorie.
Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig. Maar financiële markten kijken niet alleen naar de situatie van vandaag. Zij proberen vooral vooruit te kijken. Beleggers hielden de afgelopen periode rekening met een akkoord of in ieder geval een vorm van de-escalatie. Berichten over gesprekken tussen de Verenigde Staten en Iran zorgden voor dalende olieprijzen en gaven aandelenmarkten steun. Hoop op een verdere verlenging van het staakt-het-vuren en heropening van de Straat van Hormuz zorgde voor opluchting op de oliemarkt, terwijl aandelenbeleggers vooral bleven kijken naar de kracht van technologie en bedrijfswinsten.
Dat betekent niet dat het geopolitieke risico verdwenen is. De situatie blijft kwetsbaar. Een langdurige verstoring van de energievoorziening kan opnieuw tot hogere olie- en gasprijzen leiden. Dat zou vooral via inflatie en renteverwachtingen negatief kunnen doorwerken op aandelen en obligaties. Bovendien kan een hogere olieprijs de koopkracht van consumenten aantasten. Voor Europa lijkt het directe risico op fysieke tekorten op korte termijn beheersbaar, mede door voorraden en een lagere afhankelijkheid van fossiele brandstoffen dan in eerdere energiecrises. Maar bij een langdurige blokkade kunnen specifieke producten, zoals kerosine en stookolie, wel degelijk krapper worden.
De conclusie is dat de markt op dit moment vooral gelooft in een beheersbaar scenario. Dat is positief voor aandelen, maar het vraagt wel om nuchterheid. De beurs kan geopolitieke risico’s tijdelijk naast zich neerleggen, zolang bedrijfswinsten en economische groei voldoende tegenwicht bieden. Wanneer de olieprijs opnieuw sterk zou oplopen, kan dat beeld snel veranderen.
Verrassend sterke winstgroei van beursgenoteerde bedrijven in Q1 2026
Een belangrijke verklaring voor de positieve aandelenmarkten is het sterke cijferseizoen over het eerste kwartaal. In zowel de Verenigde Staten als Europa kwamen de resultaten van beursgenoteerde bedrijven duidelijk beter uit dan analisten vooraf hadden verwacht. Vooral in de Verenigde Staten was het beeld indrukwekkend.
Begin dit jaar rekenden analisten voor de S&P 500 nog op een nettowinstgroei van ongeveer 14% in het eerste kwartaal. Inmiddels is dat beeld fors naar boven bijgesteld. Uit cijfers van FactSet blijkt dat 84% van de bedrijven in de S&P 500 een winst per aandeel rapporteerde die boven de verwachting lag. Dat percentage ligt duidelijk boven het tienjaars- gemiddelde van 76% en behoort tot de sterkste cijfers van de afgelopen jaren. Ook de omvang van de winstverrassingen was opvallend groot.
De gemiddelde winst lag volgens de aangeleverde cijfers ongeveer 27% hoger dan een jaar eerder. Dat is bijzonder, omdat bedrijven tegelijkertijd te maken kregen met hogere energieprijzen, geopolitieke onzekerheid en in sommige gevallen verstoringen in aanvoerlijnen. De winstmachine draait dus nog altijd krachtig.
Niet alle sectoren droegen in gelijke mate bij. In de Verenigde Staten waren vooral informatietechnologie en communicatiediensten belangrijke aanjagers. Ook materialen, consumentengoederen en financiële waarden lieten verbetering zien. De gezondheidszorg bleef daarentegen achter. Toch was het bredere beeld positief: tien van de elf sectoren in de S&P 500 lieten winstgroei zien en zeven sectoren noteerden zelfs dubbelcijferige winstgroei.
In Europa was het beeld ook beter dan verwacht, maar minder sterk dan in de Verenigde Staten. Waar analisten eerder nog rekenden op stilstand, werd inmiddels uitgegaan van een nettowinstgroei van ruim 11%. In Europa waren vooral energiebedrijven belangrijk voor de meevallende winstontwikkeling. Dat is logisch, omdat hogere olie- en gasprijzen voor energieproducenten juist positief kunnen uitpakken, terwijl zij voor consumenten en veel andere bedrijven een extra kostenpost vormen.
Voor beleggers is winstgroei uiteindelijk een van de belangrijkste bouwstenen onder aandelenrendement. Rente, geopolitiek en sentiment kunnen op korte termijn veel beweging veroorzaken, maar op de langere termijn zijn bedrijfswinsten doorslaggevend. Wanneer winsten sterker groeien dan verwacht, ontstaat er ruimte voor hogere beurskoersen of in ieder geval voor een betere onderbouwing van bestaande waarderingen.
Tegelijkertijd moeten we niet te gemakkelijk concluderen dat de sterke winstgroei vanzelf doorzet. De lat voor bedrijven komt hoger te liggen. Wanneer koersen oplopen, worden beleggers kritischer. Bedrijven moeten niet alleen goede resultaten laten zien, maar ook overtuigende vooruitzichten geven. Juist daarom wordt het cijferseizoen over het tweede kwartaal belangrijk. Dan zal blijken of de hogere energieprijzen en geopolitieke onzekerheid slechts tijdelijk waren, of dat zij daadwerkelijk beginnen te drukken op marges en consumentenbestedingen.
AI vormt de motor achter aandelenopmars
De belangrijkste motor achter de aandelenopmars blijft kunstmatige intelligentie. AI is al langer een belangrijk thema op de beurs, maar de afgelopen periode werd opnieuw duidelijk dat het niet alleen om een beursverhaal gaat. Het vertaalt zich steeds nadrukkelijker in investeringen, omzetgroei en winstgroei.
Grote Amerikaanse technologiebedrijven blijven hun investeringen in AI-infrastructuur verhogen. Denk aan cloudcapaciteit, datacenters, chips, netwerkapparatuur en software. De totale kapitaaluitgaven van grote hyperscalers zoals Amazon, Microsoft, Alphabet en Meta lopen voor 2026 richting zeer hoge niveaus. Dit geld komt terecht in de hele AI-keten. Niet alleen de bekende producenten van grafische chips profiteren daarvan, maar ook producenten van geheugenchips, halfgeleiderapparatuur, datacenterinfrastructuur en bedrijven die profiteren van de groeiende vraag naar processors.
Een belangrijk nieuw element is dat de AI-vraag zich verbreedt. In de eerste fase lag de nadruk vooral op het trainen van grote AI-modellen. Daarvoor zijn vooral grafische chips zeer geschikt. Inmiddels verschuift een deel van de vraag naar het dagelijks gebruik van AI-toepassingen. Wanneer bedrijven AI op grote schaal gaan inzetten in klantenservice, softwareontwikkeling, medische analyse, financiële modellen of kantoorprocessen, ontstaat een structurele behoefte aan rekenkracht die verder gaat dan alleen de trainingsfase.
Daardoor wordt de AI-rally breder gedragen. Eerder concentreerde het rendement zich sterk bij een kleine groep zeer grote technologiebedrijven. Nu zien we dat ook andere schakels in de waardeketen meeprofiteren. Geheugenchips zijn daar een goed voorbeeld van. De vraag naar high bandwidth memory is sterk toegenomen, omdat deze chips nodig zijn om AI-systemen sneller en efficiënter te laten draaien. Zuid-Koreaanse bedrijven zoals SK Hynix en Samsung hebben daar sterk van geprofiteerd. De Zuid-Koreaanse beurs kende mede daardoor een indrukwekkende opleving.
Toch blijft enige voorzichtigheid op zijn plaats. De AI-ontwikkeling is fundamenteel belangrijk, maar markten kunnen enthousiasme soms ver vooruit in de koersen verwerken. Wanneer beleggers hoge groei verwachten, worden tegenvallers harder afgestraft. Bovendien is de afhankelijkheid van een beperkt aantal bedrijven en sectoren nog altijd groot. Dat maakt de beurs kwetsbaar voor sectorspecifieke tegenvallers, bijvoorbeeld wanneer investeringen tijdelijk worden uitgesteld, marges onder druk komen of regelgeving strenger wordt.
Voor beleggers is het belangrijk om onderscheid te maken tussen hype en structurele groei. Niet ieder bedrijf dat het woord AI gebruikt, zal waarde creëren. Maar de investeringsgolf zelf is reëel. Zolang de winsten van de belangrijkste bedrijven blijven stijgen en de vraag naar infrastructuur aanhoudt, blijft AI een belangrijke steunpilaar onder aandelenmarkten.
Inflatie en groei Nederlandse economie
Naast de internationale beursontwikkelingen waren er ook belangrijke cijfers over de Nederlandse economie. Het beeld is gemengd. De inflatie liep in mei op, terwijl De Nederlandsche Bank juist verwacht dat de economie in 2026 duidelijk afkoelt.
Volgens het CBS lag het gemiddelde prijspeil in mei 3,5% hoger dan een jaar eerder. In april was dat nog 2,8%. Vooral energie droeg bij aan de stijging. Huishoudens betaalden in mei bijna 10% meer voor energie, inclusief benzine en diesel, dan een jaar eerder. Ook diensten werden duidelijk duurder. De diensteninflatie kwam uit op 4,7%, tegenover 3,6% in april. Dat is belangrijk, omdat diensten een groot deel van de consumentenuitgaven vormen en prijsstijgingen in diensten vaak hardnekkiger zijn dan prijsstijgingen bij goederen.
Toch verwacht DNB dat de gemiddelde inflatie over heel 2026 uitkomt op 2,7%. Dat is lager dan in 2025, toen de inflatie 3,0% bedroeg, maar hoger dan eerder werd geraamd. Voor 2027 voorziet DNB een verdere daling naar 2,3%, mits energieprijzen normaliseren en de economie inderdaad afkoelt. Tegelijkertijd wijst DNB nadrukkelijk op opwaartse risico’s. Wanneer energieprijzen langdurig hoog blijven, kan de inflatie opnieuw oplopen.
De groeiverwachting voor Nederland is naar beneden bijgesteld. DNB verwacht voor 2026 een economische groei van 0,8%, waar eerder nog 1,2% werd verwacht. Vorig jaar groeide de economie nog met 1,8%. De afkoeling hangt samen met de zwakkere wereldhandel, geopolitieke onzekerheid en druk op de export. Nederland is als open economie gevoelig voor internationale handelsstromen. Wanneer de wereldhandel vertraagt, merken Nederlandse bedrijven dat snel.
Voor beleggers is vooral de combinatie van inflatie, groei en rente relevant. Een afkoelende economie kan de inflatie drukken en centrale banken ruimte geven om minder streng te zijn. Maar wanneer inflatie hoog blijft door energieprijzen, terwijl de groei terugvalt, ontstaat een lastiger scenario. In zo’n situatie hebben centrale banken minder ruimte om de economie te stimuleren, omdat zij tegelijkertijd de inflatie moeten bestrijden.
De Amerikaanse centrale bank liet op 17 juni zien dat inflatie nog altijd zwaar weegt. De Fed hield de rente ongewijzigd, maar klonk duidelijk minder soepel dan beleggers eerder hoopten. Dat is relevant voor wereldwijde beleggers, omdat Amerikaanse rentes een grote invloed hebben op aandelenwaarderingen, obligatierentes en valutamarkten.
Beursgang SpaceX
Een opvallende gebeurtenis in de afgelopen periode was de beursgang van SpaceX. Het bedrijf van Elon Musk maakte een succesvolle start op de beurs. Het aandeel steeg op de eerste handelsdag fors en de waardering kwam boven de 2000 miljard dollar uit. Daarmee schaarde SpaceX zich direct tussen de grootste ondernemingen ter wereld.
De belangstelling van beleggers was enorm. Voorafgaand aan de beursgang was het orderboek meermaals overtekend en ook particuliere beleggers schreven massaal in. Dat past bij het bredere marktsentiment waarin grote technologie- en groeiverhalen nog altijd zeer aantrekkelijk worden gevonden.
Toch is enige terughoudendheid verstandig. Een grote beursgang en een sterke eerste handelsdag zeggen nog weinig over het langetermijnrendement voor beleggers. Bij dit soort ondernemingen zijn verwachtingen vaak zeer hoog, terwijl waarderingen veel toekomstige groei inprijzen. Het volgende artikel in deze nieuwsbrief gaat uitgebreider in op de beursgang van SpaceX, waardoor we het hier bij deze korte duiding laten.
Vooruitblik en relevantie voor beleggers
Alles overziend was de periode mei en de eerste weken van juni positief voor aandelenbeleggers, ondanks een onrustige geopolitieke achtergrond. De belangrijkste steun kwam van sterke bedrijfswinsten en de aanhoudende AI-investeringsgolf. Tegelijkertijd blijven hogere energieprijzen, inflatie en centrale bankbeleid de belangrijkste risico’s.
Voor de komende maanden letten wij vooral op drie zaken. Ten eerste de ontwikkeling van de olieprijs en de situatie rond de Straat van Hormuz. Een verdere de-escalatie kan de inflatiedruk verlichten en beleggers vertrouwen geven. Een nieuwe escalatie kan juist opnieuw druk zetten op koopkracht, marges en renteverwachtingen.
Ten tweede wordt het tweede kwartaalcijferseizoen belangrijk. De resultaten over Q1 waren sterk, maar beleggers zullen willen zien of bedrijven ook in een omgeving van hogere kosten en geopolitieke onzekerheid hun marges kunnen vasthouden. Vooral de vooruitzichten van technologiebedrijven, halfgeleiderproducenten en bedrijven met veel energiegevoelige kosten verdienen aandacht.
Ten derde blijft het beleid van centrale banken bepalend. Wanneer inflatie overtuigend daalt, ontstaat ruimte voor een vriendelijker renteklimaat. Blijft inflatie hardnekkig, dan kunnen rentes langer hoog blijven. Dat is vooral belangrijk voor obligaties en voor aandelen met hogere waarderingen.
Voor beleggers is de boodschap daarmee genuanceerd. De onderliggende winstgroei is sterk en AI blijft een krachtige structurele trend. Dat pleit ervoor om de aandelenweging minimaal op het huidige niveau te houden. Tegelijkertijd zijn de risico’s reëel en is veel positief nieuws al in bepaalde delen van de markt verwerkt. Een goed gespreide portefeuille, met aandacht voor kwaliteit, waardering en risicobeheersing, blijft daarom het uitgangspunt.
Beurzen kunnen, zoals zo vaak, de ‘muur van zorgen’ beklimmen. Maar dat betekent niet dat zorgen genegeerd moeten worden. Juist in een omgeving waarin optimisme en onzekerheid naast elkaar bestaan, blijft discipline in de portefeuille van groot belang.