nadine-marfurt-U6lhaY7-k2c-unsplash

Marktontwikkelingen oktober 2026

vrijdag 9 oktober 2026

Oplopende rentes en stijgende winsten houden de markten bezig​

De afgelopen maand september werd gekenmerkt door zowel stijgende rentes als stijgende aandelenkoersen, twee ontwikkelingen die op de financiële markten niet heel vaak tegelijkertijd voorkomen. In dit artikel leest u meer over de reden waarom deze twee ontwikkelingen naast elkaar kunnen bestaan. Verder gaan we in op de kracht van de Amerikaanse economie, de winstontwikkeling bij bedrijven en de grote vraag naar kapitaal van overheden en grote techbedrijven. We sluiten af met de beschrijving welke invloed deze ontwikkelingen hebben op onze beleggingsportefeuilles.

Kijken we terug naar het beursverloop in de maand september, dan zien we dat de stijgende rentes vooral hun weerslag hebben gehad op de obligatiekoersen. De Amerikaanse tienjaarsrente op staatsleningen steeg met ruim 50 basispunten naar 5,29%. Ook de Nederlandse tienjaarsrente steeg met 28 basispunten naar 3,67%, een renteniveau dat we lange tijd niet meer hebben gezien. Om over de Franse rente maar te zwijgen: deze steeg door naar 4,82% en ligt daarmee fors hoger dan de tienjaarsrentes van bijvoorbeeld Italië en Griekenland. Voor aandelenbeleggingen is september ondanks de stijgende rentes best een aardige maand geweest. De wereldwijde aandelenindex MSCI ACWI steeg met 1,13%, terwijl de Amerikaanse Nasdaq en de AEX respectievelijk 1,86% en 0,83% stegen. De Amerikaanse S&P 500 was ten slotte een dissonant en liet een kleine daling van 0,45% zien.

Stijgende rente en stijgende aandelenkoersen

Een hogere rente wordt doorgaans gezien als ongunstig voor aandelen. Dat is ook begrijpelijk. Bedrijven betalen meer voor nieuwe leningen, consumenten worden terughoudender met grote aankopen en obligaties bieden beleggers een aantrekkelijker alternatief. Bovendien neemt de waarde die beleggers vandaag toekennen aan toekomstige bedrijfswinsten af wanneer zij met een hogere rente rekenen. Vooral bedrijven waarvan een groot deel van de verwachte winst ver in de toekomst ligt, zijn daar gevoelig voor. Toch vertelt de rente maar een deel van het verhaal. De ontwikkeling van de winst is minstens zo belangrijk. Wanneer een onderneming haar winst sneller ziet stijgen dan eerder werd verwacht, kan dat de negatieve invloed van een hogere rente opvangen. Een aandeel kan dan in koers stijgen en tegelijkertijd, gemeten aan de winst, goedkoper worden.

Een eenvoudig voorbeeld maakt dit duidelijk. Een aandeel met een koers van € 100 en een verwachte winst van € 5 per aandeel heeft een koers-winstverhouding van twintig. Stijgt de koers naar € 110, maar neemt de winstverwachting toe naar € 6, dan daalt die verhouding naar ruim achttien. De belegger betaalt meer voor het aandeel, maar minder voor iedere euro verwachte winst. Dit mechanisme helpt verklaren waarom aandelen dit jaar weerstand bieden aan oplopende rentes. Daarbij maakt de oorzaak van de rentestijging verschil. Een rente die oploopt door stevige economische activiteit en een grote investeringsvraag kan samengaan met hogere omzetten en winsten. Stijgt de rente vooral door aanhoudende inflatie of onzekerheid over de kredietwaardigheid van overheden, dan is het beeld minder gunstig. In de huidige omgeving spelen verschillende krachten tegelijk. We moeten dus oppassen om iedere rentestijging uitsluitend als een teken van economische kracht te beschouwen.

Bovenstaand voorbeeld zien we momenteel ook daadwerkelijk in de aandelenmarkt. In onderstaande afbeelding is de waardering bij aanvang van 2026 in het oranje aangegeven en in het blauw de huidige situatie. Ondanks de koersstijgingen en het feit dat diverse aandelenindices op recordniveaus noteren, is de waardering vrijwel overal juist gedaald. Aandelen uit de ontwikkelde markten noteerden bij aanvang van 2026 op een koers/winstverhouding van 20, terwijl deze momenteel op 18 staat. De verklaring hiervoor is dat de winstgroei de koersstijgingen heeft overtroffen, waardoor de waardering per saldo aantrekkelijker is geworden. De nuance daarbij is dat deze verwachte winsten ook daadwerkelijk gerealiseerd moeten worden.

Bron: JPMorgan, guide to the Markets (8 oktober 2026). De koers/winstverhoudingen van aandelen uit diverse regio’s, waarbij de verhouding bij aanvang van 2026 in het oranje is aangegeven en in het blauw de huidige waardering.
Bron: JPMorgan, guide to the Markets (8 oktober 2026). De koers/winstverhoudingen van aandelen uit diverse regio’s, waarbij de verhouding bij aanvang van 2026 in het oranje is aangegeven en in het blauw de huidige waardering.

De Federal Reserve verhoogde op 16 september de beleidsrente met 0,25 procentpunt naar een bandbreedte van 3,75% tot 4%. De Amerikaanse centrale bank wees daarbij op aanhoudend hoge inflatie, maar ook op stevige investeringen en veerkrachtige bestedingen. Voor aandelenbeleggers wordt de lat daarmee hoger gelegd. Een mooie groeibelofte alleen is onvoldoende; bedrijven moeten die belofte ook steeds meer met resultaten onderbouwen.

Winstontwikkeling bedrijven en de bijdrage van AI​

Juist die resultaten geven beleggers momenteel houvast. Rond het einde van september rekenden analisten op een winstgroei van ongeveer 29% voor de bedrijven in de S&P 500 over het derde kwartaal, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Eind juni lag die verwachting nog op 26,7%. Opvallend is vooral dat de ramingen tijdens het kwartaal omhooggingen. Gewoonlijk worden verwachtingen richting het cijferseizoen juist wat teruggeschroefd.

Dat betekent uiteraard nog niet dat deze winstgroei al is gerealiseerd. Wel laat het zien dat het vertrouwen in hun verdienvermogen is toegenomen. Ook de samenstelling verdient aandacht. Veel sectoren worden geacht meer winst te maken dan een jaar geleden, maar de grote groeicijfers komen vooral uit energie, informatietechnologie en communicatiediensten. Bij consumentgerichte bedrijven is de verwachte groei veel bescheidener. Een sterk indexcijfer betekent dus niet dat ieder bedrijf even goed draait. Kunstmatige intelligentie speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling. In de eerste fase profiteerden vooral de leveranciers van chips en rekenkracht. Inmiddels wijzen analyses van zakenbanken ook op bedrijven die AI gebruiken om hun eigen bedrijfsvoering te verbeteren. Denk aan sneller software ontwikkelen, administratieve processen vereenvoudigen, klanten beter bedienen of grote hoeveelheden informatie doelgerichter verwerken. Als dat leidt tot lagere kosten of extra omzet, ontstaat een bijdrage aan de winst die verder reikt dan de technologiesector.

Een analyse van J.P. Morgan Private Bank laat zien dat AI-gebruikers binnen de S&P 500 hogere nettowinstmarges hebben dan bedrijven die AI niet gebruiken. Dat is een interessante aanwijzing, maar geen bewijs dat het volledige verschil door AI wordt veroorzaakt. Succesvolle ondernemingen hebben vaak ook meer financiële ruimte om in technologie te investeren. De richting is niettemin veelbelovend: bestuurders bespreken steeds vaker concrete besparingen en omzetbijdragen.

Bron: Het Financieel Dagblad/RWI/J.P. Morgan Private Bank
Bron: Het Financieel Dagblad/RWI/J.P. Morgan Private Bank

Tegelijkertijd blijven de kosten aanzienlijk. Datacenters, chips, elektriciteit en het dagelijks draaien van AI-toepassingen vragen veel geld. Een hogere boekhoudkundige winst betekent daarom niet automatisch dat er ook meer vrije kasstroom overblijft. Dat is het geld dat na de noodzakelijke investeringen beschikbaar blijft. Voor beleggers is juist die kasstroom belangrijk: uiteindelijk moet een investering zichzelf terugverdienen. Ook buiten Amerika zijn er bedrijven die hiervan profiteren. Aziatische producenten van geheugenchips en Europese leveranciers van halfgeleiderapparatuur, energievoorzieningen en datacentertechniek spelen een belangrijke rol. Daarmee ontstaan mogelijkheden om breder aan de ontwikkeling deel te nemen. Maar verschillende beleggingen kunnen economisch toch van dezelfde AI-investeringsgolf afhankelijk zijn. Spreiding over landen is dan nog geen volledige spreiding van risico.

De kracht van de Amerikaanse economie

De winstontwikkeling staat niet los van de economische omgeving. Eind september werd bekend dat de Amerikaanse economie in het tweede kwartaal sterker was gegroeid dan eerder geraamd. De groei werd verhoogd van 1,5% naar 2,2%, terwijl de groei over het eerste kwartaal opwaarts werd bijgesteld naar 2,5%. Het betreft hier kwartaalgroei omgerekend naar een jaarpercentage, zoals in Amerikaanse publicaties gebruikelijk is. Consumentenbestedingen, investeringen en export droegen bij aan de groei. Deze cijfers sluiten aan bij het beeld van een economie die behoorlijk veerkrachtig blijft. Dat is opvallend tegen de achtergrond van hogere financieringskosten en geopolitieke onzekerheid. Voor beleggers is vooral relevant dat bedrijven nog steeds afzetmogelijkheden zien en bereid zijn te investeren. Een economie hoeft niet uitzonderlijk hard te groeien om een goede basis te bieden voor winstgroei, zeker wanneer ondernemingen daarnaast hun productiviteit verbeteren.

De structurele kracht van de Verenigde Staten berust op verschillende factoren die elkaar versterken. Het land heeft een grote binnenlandse markt, sterke universiteiten en een ondernemingsklimaat waarin nieuwe ideeën relatief snel financiering kunnen vinden. Een succesvolle innovatie trekt kapitaal aan, waarmee verdere ontwikkeling mogelijk wordt. Dat zien we bij technologie, maar bijvoorbeeld ook bij geneesmiddelen en medische toepassingen. Daarnaast beschikken de Verenigde Staten over omvangrijke energievoorraden en diepe kapitaalmarkten. De beschikbaarheid van eigen olie en gas vergroot de weerbaarheid, hoewel Amerikaanse consumenten en bedrijven uiteraard ook worden geraakt door hogere wereldmarktprijzen. De internationale rol van de dollar vormt een ander voordeel. Veel handel, financiering en reserves lopen via de Amerikaanse munt, waardoor de vraag naar Amerikaanse financiële activa groot blijft.

Afbeelding van beeldbank Shutterstock
Afbeelding van beeldbank Shutterstock

Deze sterke uitgangspositie maakt Amerika echter niet ongevoelig voor problemen. Overheidstekorten, oplopende rentelasten en een ongelijk verdeelde koopkrachtontwikkeling blijven aandachtspunten. Ook kan een sterke economie de centrale bank juist aanleiding geven de rente langer hoog te houden. Voor beleggers draait het daarom om de combinatie van economische kracht en de prijs die zij voor die kracht betalen. Een goed bedrijf kan bij een te hoge waardering alsnog een matige belegging blijken.

Kapitaalvraag door megacaps​

De grote Amerikaanse technologiebedrijven, vaak aangeduid als megacaps, hebben een steeds grotere behoefte aan kapitaal. Microsoft, Amazon, Alphabet en Meta investeren in datacenters, cloudcapaciteit, chips en netwerken. Daar komen de kosten voor stroomvoorziening en aansluiting op het elektriciteitsnet bij. De ontwikkeling van AI vraagt daarmee niet alleen slimme software, maar ook zeer tastbare en kostbare infrastructuur. Volgens een analyse van beleggingsstrateeg Han Dieperink hadden Amerikaanse bedrijven met een hoge kredietwaardigheid tot en met augustus voor circa $ 1,6 biljoen aan obligaties uitgegeven, ongeveer 30% meer dan een jaar eerder. De grote cloudbedrijven zouden dit jaar al meer dan $ 220 miljard hebben geleend. Deze bedragen illustreren hoe omvangrijk de financieringsvraag is geworden, ook bij ondernemingen die zelf aanzienlijke kasstromen genereren.

Voor deze bedrijven kan lenen aantrekkelijk zijn. Zij behouden daarmee ruimte om investeringen te spreiden en hoeven geen nieuwe aandelen uit te geven, wat het belang van bestaande aandeelhouders zou verwateren. De afweging is echter ingewikkelder dan een vergelijking van de obligatierente met de koers-winstverhouding. Schulden moeten worden afgelost, rente moet worden betaald en het rendement op nieuwe investeringen is onzeker. Ook voor een zeer groot bedrijf blijft financiële discipline nodig. Tegelijkertijd vragen overheden veel geld om begrotingstekorten en aflopende schulden te financieren. Meer aanbod van obligaties kan opwaartse druk op de rente geven als de vraag van beleggers niet even sterk meegroeit. De AI-investeringen raken de financiële markten zo op twee manieren: ze ondersteunen de omzet van leveranciers, maar vergroten ook de concurrentie om beschikbaar kapitaal.

Voor obligatiebeleggers ontstaat daarmee een ruimer aanbod en mogelijk een aantrekkelijke rentevergoeding. Voor aandelenbeleggers is vooral de verhouding tussen investeringen en toekomstige opbrengsten belangrijk. Grote kapitaaluitgaven kunnen later veel waarde opleveren, maar ze kunnen ook tot overcapaciteit leiden wanneer de vraag achterblijft. De volgende fase van AI zal daarom mede worden beoordeeld op bezettingsgraden, winstgevendheid en het vermogen om investeringen uit eigen inkomsten terug te verdienen.

Invloed van deze ontwikkelingen op onze portefeuilles

Wat betekent het voorgaande voor onze beleggingsportefeuilles? Allereerst laat september zien dat aandelen en obligaties verschillend op dezelfde ontwikkeling kunnen reageren. Waar hogere winstverwachtingen aandelen steun gaven, werkte de rentestijging rechtstreeks door in de obligatiekoersen. Bij een bestaande obligatie met een vaste coupon daalt de koers wanneer nieuwe leningen een hogere rente bieden. Hoe langer de resterende looptijd en rentegevoeligheid, hoe groter die koersreactie doorgaans is. Daar staat tegenover dat nieuwe obligatiebeleggingen en herbeleggingen van vrijgekomen bedragen tegen een hogere rente kunnen plaatsvinden. Een tegenvallende koersontwikkeling op korte termijn kan dus samengaan met betere vooruitzichten voor toekomstige rente-inkomsten. Dat maakt de afweging over looptijden belangrijk. Langere looptijden leggen de huidige rente langer vast en kunnen profiteren van een latere rentedaling, maar vergroten het risico wanneer de rente verder stijgt. Tot nu toe heeft onze keuze voor een duidelijk lagere duratie (gemiddelde looptijd) dan de benchmark in het obligatiedeel van de portefeuilles zijn waarde bewezen.

Bij aandelen onderstrepen de ontwikkelingen het belang van winstkwaliteit. Bedrijven die hun omzet laten groeien, marges bewaken en investeringen kunnen financieren, hebben meer ruimte om hogere rentes op te vangen. Daarbij kijken we verder dan het etiket AI. Relevant is of een onderneming daadwerkelijk een concurrentievoordeel opbouwt en of de verwachte groei voldoende opweegt tegen de waardering. De komende kwartaalcijfers zullen laten zien in hoeverre bedrijven de hogere verwachtingen waarmaken. Dat blijft uiteindelijk de beste toets voor het optimisme dat aandelenbeleggers momenteel laten zien. We houden vast aan de huidige aandelenweging in onze portefeuilles.

Bekijk meer actualiteiten

Volg nu de laatste ontwikkelingen op de financiële markten, door u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Comfort Vermogensbeheer heeft een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), valt onder toezicht van De Nederlandsche Bank en is aangesloten bij de Beleggerscompensatieregeling (BCR), het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD) en Dutch Securities Institute (DSI).

RISICO'S VAN BELEGGEN: Beleggen brengt risico's met zich mee, u kunt (een deel van) uw inleg verliezen. De waarde van uw beleggingen is mede afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markten. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Voordat u gaat beleggen is het belangrijk dat u zich door ons laat informeren over de kenmerken en risico's van beleggen.